• Henegouwen

    De provincie Henegouwen, met als hoofdstad Mons, heeft heel wat te bieden. De unieke folklore, ongerepte natuur, Paira Daiza, talrijke musea en kastelen lokken heel wat bezoekers. Bovendien zijn ook de streekproducten overheerlijk. Denk aan smaakvolle bieren, brandewijn, vruchtenlikeuren, hoevekazen en artisanale patés. Henegouwen is zelfs één van de weinige regio’s dat wel 19 x vermeld wordt op de UNESCO werelderfgoedlijst. Hoog tijd voor een bezoekje.

    Chateau de beloeil

    Het kasteel staat al acht eeuwen lang tussen de slotgrachten. De middeleeuwse vesting van de Prinsen de Ligne is ondertussen een lustslot geworden. In 1900 werd het verwoest door een brand. Alleen de twee vleugels bleven over. In 1906 werd het kasteel terug opgebouwd. Het slot is duidelijk mee geëvolueerd en het karakter is ook wat gewijzigd. Daarvoor was het een ruw, minder comfortabel kasteel.  De funderingen en torens doen nog denken aan de oude kasteelheren. De chateau heeft verschillende kunstwerken en een indrukwekkende bibliotheek waar je de geschiedenis van boekdrukkunst kan terugvinden. Het meubilair is afkomstig van Franse meubelmakers (17e en 18e eeuw) en de inrichting van sommige kamers is dan ook ravissant. De tuinen werden aangelegd naar Frans model in de 17e eeuw.  De Orangerie werd gebouwd om de bomen en planten te beschermen tegen vorst.

    De mijn van le grand hornu

    De voormalige steenkoolmijn wordt gezien als het ultieme Belgische industriële erfgoed. De site is 10.000m2 groot en bestaat uit verschillende gebouwen. Het immense ovale plein, de machinebouwplaats, het vierkante binnenplein met de paardenstallen, … vormen één impressionant geheel. De mijn staat op de UNESCO werelderfgoedlijst. De maker Henri De Gorge was een grootindustrieel met visionaire ideeën. Het was zijn doel om een comfortabel wooncomplex te bouwen voor arbeiders. Iets wat omstreeks 1810 ongezien en zeer vooruitstrevend was. Hij liet 450 ruime woningen bouwen met tuin en warm water.  Zelfs handelszaken, een polikliniek, een school, een bibliotheek en danszaal waren aanwezig. Bovendien heeft hij zelfs nieuwe ontginningstechnieken uitgewerkt zoals hypermoderne stoommachines.  In de geest van Henri zijn er vanaf de jaren ’90 tot vandaag  de dag verschillende tentoonstellingen over design, toegepaste en hedendaagse kunst.

    Abdij van Bonne-Espérance

    De voormalige Norbertijnenabdij torent hoog boven de groene omgeving van Vellereille-les-Brayeux uit. Het is de enige abdij die de Franse Revolutie heeft overleefd omdat de bevolking hun parel beschermde tegen de soldaten. De abdij staat bekend als de Norte-Dame de Bonne-Espérance en is een magnifiek voorbeeld van 18e eeuwse architectuur (de neoklassiek basiliek). Maar ook de gotische kloosters uit de 13de eeuw bekoren menig bezoeker (de kruisgangen, de kapittelzaal, de keuken, …). De kerk is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouwe van de Goede Hoop en is gerealiseerd door de vermaarde architect Laurent Dewez. Op dit moment doet de abdij dienst als lagere en middelbare school maar ook als retraitecentrum. In het weekend kan je er proeven van streekproducten op het domein van elf hectare. Vergeet zeker niet de suikertaarten van bakker Christian uit te proberen. Maar het top product blijft het artisanale, bruine, blonde bier van Bonne-Espérance. Meer dan veertig vrijwilligers houden de abdij beurtelings draaiend.  Het bruist hier in ieder geval van de bedrijvigheid.

    Het hellend vlak van Ronquières

    In de jaren twintig werd in Ronquières een imposante scheepslift gebouwd. Het zijn twee bewegende tanks met water. De lift voor de binnenscheepvaart overbrugt een hoogteverschil van 68 meter. Het was de bedoeling om de vaarwegen te moderniseren. Om de schepen door te sluizen werden er zestien sluizen aangelegd over een afstand van twee km. Dit kon tot twee dagen tijd duren. Het hellend vlak was de oplossing. De meningen hierover zijn verdeeld. Volgens sommige één van de grootste, nutteloze bouwwerken van België omdat het 77 miljoen euro (2 x zoveel als verwacht) kostte en na de sluiting van de Waalse steenkoolmijnen in zijn topjaar door 5215 schepen gebruikt werd. Volgens andere blijft het een uitmuntend staaltje  Belgische technologie. Het vlak voorziet zichzelf van energie. Anno 2021 zie je er geregeld enkele schepen en toeristenboten voorbij varen. Het biedt alvast een prachtig zicht op de omgeving.  Ontdek de site dankzij het Visitor Center met panoramische liften en glazen brug.

    Meer tips en reisverhalen?

    Schrijf je in voor onze newsletter

Deel hier jouw reisverhaal