Piemonte-Provence-Bourgogne

  • De Alpen verkennen

    Toeren rond de tenen van de Alpen!

    ‘Zullen we Milaan als eindpunt nemen?’ Ria keek me aarzelend aan. ‘Liever niet, laten we wat verder rijden en Turijn bezoeken om van daaruit terug rustig noordwaarts te rijden,’ was mijn enigszins tegemoetkomend antwoord. En weg waren we … We wilden genieten van een streek waarvan we meenden ze te kennen, maar nooit eerder aandeden. Boeiend, kleurrijk en avontuurlijk zou deze reis worden. Onze camper wordt 10 jaar, maar ziet er nog steeds fris en monter uit. Een grondige check up bij Dicar moest alle twijfels omtrent zijn conditie wegnemen. Tekst: Jef Verrezen

    De eerste halte: Thann ( N 47°48’32’’ E 7°6’17’’ 516 km)

    Ach, waarschijnlijk een niet uit te wissen en onhebbelijke gewoonte: veel willen zien op korte tijd en het item ’rust’ bewaren voor thuis. We volgen de E313 richting Luik en verlaten deze bij uitrit 25, richting Luxemburg, om de drukte van Luik te vermijden. We werpen een blik op het in 2009 gebouwde Guilleminstation, een creatie van architect-kunstenaar Santiago Calatrava. We volgen de E25 tot afrit 51 richting Houffalize. De N30 brengt ons in Bastogne. Hier moeten we het redden met onze GPS, de bewegwijzering is op zijn Belgisch, nonchalant. Met opzet nemen we de N4 om in Martelange onze tank vol te gooien. De linkse zijde van de weg is Luxemburg, alle merken van brandstoffen zijn duidelijk vertegenwoordigd. Rechts van de weg moeten de Belgische inwoners toekijken hoe de overburen zich verrijken.

    Metz, Nancy. Het is alsof we een wedstrijd met de Moezel hebben aangegaan. Vele keren kruisen we ze. We genieten van de Vogezen en de Elzas. In Le Thillot wijzen borden er erg duidelijk op dat hier kopermijnen te bezoeken zijn. Voeg hierbij de prachtige omgeving en je begrijpt meteen waarom hier de ene camping na de andere zijn deuren opende. We blijven de steeds smaller wordende Moezel volgen, die ontspringt op de Col de Bussang. 22 km verder houden we halt op een camperplaats/parkeerplaats in Thann. Water lozen en water opslaan kan. Om het kwartier spoort het lieflijke Elzassertreintje aan ons vizier voorbij. Een wandeling door Thann brengt ons langs de mooie gotische collegiale kerk.

    Thann – Ghiffa (N 45°58’36’’ E 8° 38’2’’ 345 km )

    Via Mulhouse bereiken we Basel. De Zwitserse grenswachters doen hun werk goed: controle of we een wegenvignet hebben, de niet-vignethouders werden naar rechts afgeleid. Wij betaalden € 41 via internet. Het kluwen aan autowegen werd overwonnen weer dankzij onze GPS. We kunnen echter niet altijd even onverdeeld gelukkig zijn met onze digitale wegenkaart. De tunnels volgen elkaar nu in snel tempo op. De Alpen worden steeds hoger. De Gotthardtunnel, 17 km lang en wonder boven wonder geen extra tol te betalen, zorgt voor enig oponthoud. Lichten regelen het aantal auto’s dat per keer door mag. Aan de zuidzijde van de tunnel zorgt deze numerieke selectie voor een file van 4 km lang. Met ongepast leedvermaak volgen we richting Locarno. Het azuurblauwe Lago Maggiore verschijnt. De soms erg smalle weg langs het meer brengt ons ei zo na in contact met uitstekende rotspunten. We bereiken de Italiaanse zijde van het meer. Het meer oogt lieflijk tussen de neerdalende bergflanken. Op terrassencamping La Sierra houden we halt. Onze CCA-kaart zorgt voor een betaalbaar verblijf. Een weggetje vertrekkend vanaf de camping, leidt ons via een tunnel onder de meer dan drukke weg, direct tot op een gezellig en intiem kiezelstrand aan het meer. Een bejaarde Canadese Eik zorgt voor gratis en onontbeerlijke schaduw in deze hete zomer.

    De lijnbus nabij de camping brengt ons voor € 2 p/p naar Verbania. Het oude stadsgedeelte boeit ons wel. Voor € 3.20 p/p rijden we verder, met de lijnbus, tot Stresa. De passagiersvaartuigen die onafgebroken toeristen brengen naar de nostalgische Borromeese eilanden houden Stresa overeind. De talrijke restaurants maken van Stresa de evenknie van al die andere bekende Italiaanse steden. Maar naast enkele luxueuze hotels is in de nauwe straatjes waar de balkons elkaar haast raken, duidelijk het verval te zien van de ooit door Europa’s koningshuizen, adel en begoede klasse, druk bezochte mondaine oord. We kunnen ons levendig inbeelden hoe men moet genoten hebben, en nog steeds, van de verkoeling brengende wateren van het Lago Maggiore en het heerlijke uitzicht op het gebergte. We dromen weg op een bank aan het water midden de talrijk aanwezige monumenten in het park. Bussen laden nieuwe vakantiegangers af bij de hotels met zicht op het meer.

    Ghiffa – Collegno (N 45°4’51’’ E 7°34’59’’ 167 km)

    Via de A26 en de A4 belanden we bij een zwaar omheinde camperplaats van de gemeente. Een bediende die een hokje nabij de carwash bemant geeft ons een code voor het hangslot. ‘Eén euro betaal je voor 2 u elektriciteit’, weet hij ons te vertellen in gebroken Engels. Water en ledigen toilet zijn eveneens te betalen. We staan er helemaal alleen. Het is 200 m stappen tot bij metrostation ‘Fermi’ en we betalen € 4 voor een dagkaart. Turijn is maar 1 metro rijk.

    We verlaten de metro bij Porta Nuova en onder de winkelgalerijen stappend bereiken we het prachtige barokke Palazzo Reale. Na een vermoeiend maar boeiend bezoek stappen we naar de nabijgelegen Duomo en gaan de bekende Lijkwade van Turijn aanschouwen. Dit was een must ook al is dit geen authentieke relikwie. Een spraakzame voorbijganger raadt ons ten stelligste aan ook het Museo Nationale del Cinema (cinemamuseum) te bezoeken in de Mole Antonelliana. De spitse opvallende toren van het gebouw is een duidelijke baken in de stad. 10 minuten doorstappen hebben we nodig vanaf het Palazzo Reale. De € 15 blijkt achteraf goed besteed. We kregen in diverse kamers de hele geschiedenis van de film te zien. Posters, kostuums, afspeelapparatuur, het tot stand komen van een film vulden weer andere ruimten. Hogerop vinden thematische kamers over diverse filmthema’s. Onvergetelijk! Een glazen lift-niet geschikt voor mensen met hoogtevrees- bracht ons naar het hoogst begaanbare balkon. Het zicht op stad was overweldigend.

    De volgende dag terug met de metro tot aan het eindstation. We willen het automobielmuseum bezoeken: alle mogelijke automerken, van de beginperiode tot nu, vooral Fiat, worden er getoond in een aangepast decor. Alles wat er bij het autogeburen komt kijken is daar verzameld. De moeite waard. Daarna genieten we aan de boorden van de Po van een heerlijke gelato.

    (Indien je niet houdt van de eenzame camperplaats dan is camping Bella Torina in Pianezza N 45°7’32’’ E 7°33’27’’) een heerlijk alternatief. Wij stonden hier ook enkele dagen en gingen met de shuttlebus van de camping tot bij bus 59 die ons naar het centrum van Turijn bracht).

    Collegno – Cagnes- sur-Mer (N 43°41’14’’ E 7°9’21’’ 371 km)

    Via de SS20, met een wegdek in erbarmelijke toestand, Cuneo en een aantal rotondes gelijk aan het aantal afgelegde km’s rijden we via Limone. We komen bij een tunnel voorafgegaan door 8 haarspeldbochten. In de tunnel (3 km) geldt 1-richtingsverkeer, dus we moeten er beurtelings doorheen. Gelukkig valt de wachttijd mee. Na de tunnel worden de rotondes aangevuld met een tragische hoeveelheid verkeersdrempels. De camper kreunt. Voor de archeologen en bewonderaars van historische artefacten is wat volgt een snoeptocht: we passeren resten van oude viaducten, in onbruik geraakte bergwegen en dichtgetimmerde tunnels. We zetten koers naar Dolceacqua. Francia wordt ongemerkt weer Italia. Ventimiglia houdt onze aandacht warm. Het is er erg druk. Bij Dolceacqua vinden we parkeerplaatsen zat. Via de oude Romeinse brug klimmen we langs trappetjes en smalle steegjes, deels overdekt, tot bij het kasteel van de Doria’s en de Medici. Twee meisjes smeken haast of we een toegangsticket wensen. We keren terug zonder kasteelbezoek, deels langs een andere kant van het doolhof. Kunsthandeltjes gevestigd in middeleeuwse sprookjeshuizen prijzen hun waar aan. We gaan de kerk binnen waar een triptiek uit 1515 hangt van Ludovico Brea die Santa Devota, patrones van Monaco, geflankeerd door Agatha en Barbara voorstelt. We overleven de drukte van Menton en Monte Carlo. Het bezoek aan de tuinen van Ephrussi in Saint Jean cap Ferrat ontglipt ons. Geen vrije parkeerplaats te vinden! Morgenvroeg terug, op 25 km van de camping ligt cap Ferrat. We rijden door naar camping Le Val Fleuri in Cagnes-sur-Mer.

    Cagnes-sur-Mer – MoustiersSainte-Marie (N 43°50’37’’  E 6°13’7’’  135 km)

    We rijden via de D2085 tot Grasse en parkeren langs een weg in het centrum, wat niet zo eenvoudig is in het drukke Grasse. We stappen dadelijk tot bij de parfumerie Fragonard. De toegang is gratis. We bezoeken het verzorgde museum en de toestellen die zorgen voor de productie van de parfum. Uiteindelijk komen we in de winkel (hoe kan het anders) terecht waar overvloedig door de aanwezigen wordt gekocht. We wandelen met de nodige flesjes lavendelparfum buiten en brengen een bezoek aan de gotische  kathedraal. Drie schilderijen van Rubens sieren een kerkwand. Wat moet die man een bedrijf hebben gehad om al die doeken die je in elk hoekje van de wereld terugvindt te kunnen penselen. In het stadhuis krijgen we informatie van de stad toegestopt en bezoeken er het 1ste verdiep en de kapel. Diverse schilderijen vertellen er het verhaal van het oude Grasse.

    We rijden nu richting Digne, via de Route Napoleon en de Gorges du Verdon. In Castellane  slaan we af richting Moustiers. Onderweg verplichten we ons tot diverse stops. De zichten op de Verdon zijn plaatjes. Bij het Pointe Sublime maken we een korte wandeling, maar het is erg warm, heet zelfs. Onderweg is het oppassen voor tegenliggers, dikwijls is de weg erg smal en slechts breed genoeg voor één auto, bovendien hinderen bochten het zicht.  De camperplaats nabij Moustiers (P5) staat haast vol. Elektra hebben we niet. Parkeergeld moet in een automaat. Als Belg zijn we niet alleen.

    De volgende dag steken we vanaf onze camperplaats de weg over en klimmen 300 m te voet tot bij het dorp. De huizen in Moustiers leunen warm tegen elkaar aan. De winkels met schotels en postuurtjes in faience geven meteen te kennen wat de specialiteit is van de streek. Heel hoog tussen 2 rotspieken hangt een zware ketting met een vergulde ster aangebracht in 1249 door graaf Blacas die werd bevrijd uit de handen van de Saracenen, een Arabisch-Islamitisch volk. De kerk eiste ook hier onze aandacht op.

    MoustiersSainte-Marie – Lourmarin (N 43°46’4’’  E 5°22’23’’   100 km)

    We rijden nu verder naar Lourmarin. Een weg slingerend langs talrijke lavendelvelden zorgt ervoor dat we onze aandacht ongewild verdelen tussen de weg en de omgeving. Moeizaam en aandachtig passend en metend  laveren we door het stadje Riez. Het gebrek aan eens te meer een vrije parkeerplaats verhindert ons de markt te bezoeken.  Ook het kasteel van Allemagne en Provence moeten we, hoe pijnlijk dat ook is, aan ons laten voorbijgaan. We houden echter wel halt in Gréaux-les-Bains. Even voorbij de dorpskern treffen we een parkeerplaats voor campers.

    De Rue Grande wordt geflankeerd met restaurants. Vele toeristen en vermoedelijk mensen uit de omgeving zijn op zoek naar een lunch die past bij hun smaak of beurs. Ook wij zijn op zoek. De ‘Grimbergen’ is alomtegenwoordig. We vervolgen onze weg richting Manosque en slaan rechts af naar Apt. Mooie, kooldioxide vretende platanen verengen de weg. Opletten voor tegenliggend verkeer. We tanken  goedkoop in Apt (€ 1.40), de ‘gele hesjes’ wisten hiervan waarschijnlijk niet. We stoppen even in Bonnieux  waarvan het bovendorp tegen een hoge rots aanleunt. Na een wandeling door enkele van de historische straatjes, die hun oorsprong vinden in de tijd dat Romeinse kooplieden deze handelsroute aandeden en hen uitnodigde om er een rust- en bevoorradingspunt van de maken. Dat Bonnieux in vroegere tijden ommuurd was, bewijst zijn historisch belang. Later ging Bonnieux behoren tot de eigendommen van de pausen van Avignon. Een kort oponthoud op een van de vele schaduwrijke terrasjes hebben we verdiend.

    Onze tocht gaat verder door de Luberon naar Ménerbes. De weg is smal, kerselaars, wijngaarden, olijven en lavendelvelden wisselen elkaar af. Waarom moeten we zo nodig naar Ménerbes. Lazen we niet ergens dat Ménerbes wordt beschouwd als een van de mooiste plekjes in de Luberon? Bussen Japanners en Amerikanen zouden afzakken naar het  dorp om al het mooie in zich op te nemen. De parking kost ons € 5. Wat we erg veel vinden. We hebben geen keuze, we worden overigens verplicht onze camper neer te zetten op een betalende parkeerplaats. Mogelijk kwamen we wat laat toe, maar van bussen toeristen is geen spoor te bekennen. Het hele dorp valt tegen. Niets te zien van een middeleeuws karakter, geen gezellige terrasjes.  Bij de Mairie brengen we een bezoek aan de nette vinotheek. De lokale wijnbouwers slijten hun wijnen o.m. via dit verkooppunt. We proeven, maar kopen niets. De afstand die we terug moeten lopen tot bij onze camper is te ver om nog extra gewicht mee te zeulen. Het bezoek aan Ménerbes iseen afknapper. Het uitzicht op de omgeving is echter prachtig. Ménerbes ligt immers boven op een berg. Wij vinden het misschien minder, maar Picasso vond deze plaats wel inspirerend.

    We rijden terug via Bonnieux om zo onze volgende halte te bereiken in Lourmarin: camping Les Hautes Prairies. De camping is verzorgd, met ruime afgebakende plaatsen. De sanitaire inrichting is perfect, de toiletten zijn uitgerust met automatische brilreiniging. Restaurant en zwembad mogen er zijn. Het dorpscentrum ligt op ongeveer 1 km.  Een wandeling door het dorp brengt ons langs restaurantjes, kunstwinkeltjes, boutiques. We bezoeken het kasteel van Lourmarin. Enkele bijzondere kamers konden ons bekoren maar een toegang van € 6.80 is er ver over. We geven echter niet op en wandelen tot bij het kerkhof, buiten het dorp. We willen het graf van schrijver Albert Camus met eigen ogen zien. Het duurt even voor we het vinden. Niet te verwonderen, blijkt nadien, zijn graf en dat van zijn vrouw liggen er respectloos vervallen bij.  We genieten enkele dagen van de rust op de camping en ’s avonds van de kermis in het dorp, waar misschien wel 100 pétanquefanaten een terrein hebben ingepikt om hun kunnen te demonstreren.

    Lourmarin ­– Buis les Baronnies ( N 44° 18’10’’ E 5°16’24’’  130 km)

    Langs Cavaillon, we denken meteen aan de smaakvolle meloenen die hun naam aan het dorp hebben ontleent, en langs een watervoorzieningskanaal, bereiken we Gordes. De muurtjes van los op elkaar gestapelde stenen langs de weg vallen op. We parkeren een eindje buiten het  dorp. Fotogeniek is Gordes alleszins. Het dorp staat op de lijst van mooiste dorpen van Frankrijk, de ‘Association des plus beaux villages de France’. Via de D973  komen we bij het wijngoed Maslauris in Les Grès, Lauris. We worden er vriendelijk ontvangen door de vrouw des huizes. De biologische wijnen interesseren ons wel. We proeven er een Grenache rosé en een schuimwijn. Deze laatste genoot onze voorkeur en we laten een doosje inpakken.

    Rousillon is onze volgende halte. Ook nu weer is parkeren een probleem. Het is erg druk in het stadje. Eens te meer een dorp waar de huizen in natuursteen tegen elkaar aanleunen. De toeristen genieten van de winkeltjes en de eethuisjes.  Ook Rousillon staat op de lijst van ‘Les plus beaux villages de France’. Wij willen echter naar de okerfabriek (N43°895’09’,E5°305’06’’)’. De weg ernaartoe is niet zo eenvoudig te vinden. Na enkele keren vragen, vinden we een veel te lange weg naar het Usine d’Ocre Mathieu. Voor € 7 krijgen we, aan de hand van een plattegrond, een mooie rondleiding doorheen de winning en verwerking van het okervasthoudend gesteente. Of moet ik klei zeggen? De machines, een video, de winning, het is er allemaal  te zien. Voor ons is het bezoek een wetenschap rijker.

    We verlaten Rousillon langs de D2 en vervolgen langs de D943, een verlaten weg langs en tussen het maquis slingerend. We volgen Gorges. Links van ons duikt in de verte de Mont Ventoux op.  We  rijden op de D942 en buigen na Sault af op de 942 gevolgd door  de D72, richting Vaison La Romaine.  We komen in Buis-les-Baronnies en rijden naar camping L’Orée de Provence, 3.5 km klimmen. De camping is gelegen ver weg van de bewoonde wereld, midden in de natuur. Een enorm grote camping  (meer dan 100 ha), van vrij grote hoogte afdalend naar de vallei via terrassen. Elke standplaats beschikt over heel veel privacy. Echt iets voor naturisten, voor wie deze camping oorspronkelijk ook was bedoeld. Genieten doen we van de rust en maken onze geest leeg. Zwembad en bar staan op onze to do lijst, brood is te krijgen op de camping.

    Buis les Baronnies – Crémieu (N 45°43’32’’  E 5°14’48’’ 355 km)

    Om in Crémieu te geraken en de geplande stops aan te kunnen doen, rijden we eerst naar Nyons (Nioens door de lokalen uitgesproken). We vinden een parkeerplaats in een zijstraat en wandelen via de oude stadspoort eens te meer een winkelstraat in, aangevuld met restaurantjes die wedijveren om ons te kunnen  verleiden (het is zowat de Rue de Boucher van Brussel). We wandelen tot bij de Romeinse brug. We bezoeken het museum waar we leren hoe de matjes eertijds werden geweven om de olijven te persen, en een vriendelijke jongen in een prachtig toeristenbureau geeft ons geduldig allerlei informatie over het stadje.

    Van Nyons rijden we over de gewone weg naar Montelimar, door de wijnstreek van de Côte du Rhône. Olijfbomen flankeren de weg. Via de N7 komen we in Valence, hier volgen we richting Grenoble en uitrit S28 brengt ons over de Izère. We staan versteld bij de prachtige brug over de Izère in Saint-Nazaire en Royans, een uitstervend dorp. Plots worden de wijngaarden plantages van notenbomen. Wegens de druivenziekte en het intense werk aan de druivenranken, ging men hier over tot de aanplanting van notenbomen. ‘Minder arbeidsintensief’, vertelde men ons. We bezoeken het moderne, vrije nieuwe, museum: Le Grand Séchoir in Vinay. Het museum vertelt ons in geuren en kleuren over de kweek en de commercialisering van de noten. Een aanrader.

    We bevinden ons in de Vercors. Tegen de middag komen we toe in Voiron en bezoeken er de distillerie  ‘Caves de la Chartreuse’.  De rondleiding is voor een groot deel gelijk aan de andere, de Benedictine, nu echter met meer kruiden. En het recept blijft een goed bewaard geheim. Het bezoek is toch een opsteker om deze likeur een gezicht te geven nu en alle jaren die volgen. We sluiten af met een proeverij en rijden naar de oorsprong van deze likeur:  de Kartuizers van Chartreuse. We rijden langs de mooie bosrijke Gorges de Crossey, een eerder smal pad met enkele verraderlijke tunnels, tot Saint-Pierre-de-Chartreuse. Het museum vertelt ons het hele verhaal van de monniken die hier in volledige afzondering leven. We beklimmen na ons bezoek het verharde pad naar boven tot bij het klooster dat hermetisch is afgesloten. De enorme abdij en de intense rust verrassen ons. Wat er zich binnenin afspeelt zullen we niet te zien krijgen. Iets verder weg tussen de bomen is een ‘werknemer?’ planken aan het verzagen met een luidruchtige lintzaag. Een stoorzender in dit oord van stilte en gebed. Heel zeker een noodzakelijkheid met het oog op herstellingen die zich voortdurend zullen opdringen.

    We rijden terug via Voiron, richting Bourg-en-Bresse, ons bekend van het kippenras, tot Abrets. We volgen richting Lyon tot Bourgoin Jalliee en slaan af naar de D522 tot Crémieu. We overnachten op een camperplaats juist buiten het centrum. We koken spaghetti en ondanks het late uur plannen we nog een wandeling om van nabij kennis te maken met het middeleeuws stadje. De restaurants en cafés zitten nog afgeladen vol. Blijkbaar in voorbereiding van de ‘Médiévales’ van zondag. Allerlei straatanimatie en optredens zullen enkele dagen drukte brengen in het dorp, en de geschiedenis van Crémieu terug tot leven brengen. Het kasteel hoog op de heuvel gelegen domineert het dorp; de reusachtige markthal, nu gedeeltelijk in beslag genomen door de aanpalende restaurants, is een blikvanger.  We slapen rustig in de nabijheid van nog enkele campers.

    Châtillon- sur- Seine –  Geel  (N 51°7’39’’  E 4°56’29’’ 575 km)

    Het is vrijdag en we beslissen om vandaag thuis naar huis te gaan. Via  Chaumont op de route’ Crémant de Bourgogne’, verder langs Nancy, Martelange waar we tanken en Luik, eindigen we eens te meer in Geel. In onze volgende tocht gaan we beslist enkele plaatsen opnemen! Het was een verrassende, mooi reis die onze verwachtingen heeft ingelost.

Deel hier jouw reisverhaal