Home

 Ierland


Naar het groene Ierland. Ierland is een land dat tot de verbeelding spreekt met zijn groene heuvels, ruige natuur en woeste kustlijnen. Het land is nog steeds doordrongen van de oeroude Keltische cultuur die je terugvindt in het landschap en de verschillende monumenten die het sieren. We kunnen niet wachten om met onze motorhome op verkenning te gaan door ‘charming’ Ierland.

 
 

Geel – Cherbourg | 680 km

Wij kiezen om de oversteek te maken vanuit Cherbourg, in het noordwesten van Frankrijk. Vroeger werd het stadje ook wel de ‘Poort naar Amerika genoemd’. Duizenden immigranten vertrokken vanuit dit trans-Atlantisch station richting Amerika. Dat is natuurlijk niet de route die wij nemen. We maken met de Irish Ferries de overtocht. Er gaan ongeveer 3 overtochten per week. We overnachten ongeveer 100 km van dit vertrekpunt in Bayeux in een bewaakte camping. 

 

Cherbourg – Rosslare

Wij boekten onze overvaart bij Irish Ferries via het internet. Onze boot met de toepasselijke naam ‘Oscar Wilde’ brengt ons naar Ierland. De overtocht verloopt zeer vlot en de douane ontvangt ons vriendelijk. Met ’nothing to declare’ rijden we Ierland binnen. Toch is het aanpassen om in Ierland rond te rijden. We worden er meteen aan herinnerd dat we links moeten rijden door het bord ‘keep left’. We tuffen meteen verder en spoeden ons naar onze camperplaats in Wexford.

 

Rosslare – Wexford | 20 km

Wexford is een gezellig stadje aan het water waar je van enkele kliffen van het uitzicht kan genieten. Het landschap wordt opgeluisterd door de Hook Head vuurtoren en de ruïne van Selskar Abbey. We rijden door het havenstadje naar onze camping Ferrybank. Een ideale uitvalsbasis om het zuidoosten van Ierland te verkennen. De camping ligt hoog en vlakbij de baai en verschillende zandstranden. Hier worden zelfs mosselen gekweekt die later naar Nederland zullen worden verscheept.

 

Wexford – Waterford – Caher – Mitchelstown | 180 km

De volgende dag rijden we richting Waterford. Moest je onderweg een parkeerplaatsje kunnen vinden dan loont het zeker de moeite om even te stoppen in het dorpje New Ross. In het haventje langs de Barrow rivier ligt een kopie van een hongerschip, de Dunbrody. Een bezoekje aan het schip laat je van nabij ervaren hoe moeilijk de overtocht naar Amerika verliep voor de uitgehongerde Ieren.

We rijden door tot voorbij het centrum van het drukke Waterford en stoppen rechts van de weg op de ruime parkeerplaats van ‘Waterford Crystal’ voor een bezoekje. De buitenkant van het bedrijf oogt strak en modern. Eens we binnen gekomen zijn, valt ons oog op het gedetailleerde, glinsterende kristalwerk. Fijn (en duur) vakmanschap. Het eerste dat mij dan ook te binnen schiet is om niets om te stoten. Het is werkelijk een prachtig zicht en vooral de gigantische, kristallen lusters zijn echte pronkstukken.

Na ons bezoekje is het tijd om onze buikjes te vullen. Een uurtje later rijden we, voldaan, richting Cahir. We rijden door Carrick-on-Suir, de thuisbasis van beroemde wielrenner Sean Kelly. Aangekomen in Cahir houden we halt aan de vesten van rivier Suir vlakbij het imposante Cahir Castle. Cahir Castle is één va de grootste nog bestaande kastelen in Ierland. Het bevindt zich op het eilandje. Het kasteel werd in 1375 eigendom van James Butler, die kort daarvoor benoemd was als graaf van Thomond voor zijn steun aan Edward III. Het kasteel is in verschillende handen gevallen en heeft meerdere oorlogen doorstaan. Vandaag doet het Cahir Castle dienst als decor voor enkele gevechtsscènes van de film Excalibur en werden er opnames gemaakt voor de serie Tudor. Niet ver van Cahir Castle vind je Swiss Cottage terug. Een bijzondere, landelijke woning gebouwd langs de Suir door nakomelingen van James Butler. Je kan het huis niet anders omschrijven als feeëriek en sprookjesachtig. De cottage is gebouwd in de jaren 1800 door architect John Nash.

Wij springen in onze motorhome en bollen verder naar de Rock of Cashel of Saint Patricks. Het indrukwekkende bouwwerk dat tot de verbeelding spreekt en je op vele Ierse toeristische folders terug ziet. Het historisch waardevolle complex is gebouwd op een 60 meter hoge rots. Het gebouw is een combinatie van een kathedraal en kasteel. Op deze manier weerspiegelt het gebouw de verstrengeling van kerk en staat tijdens die periode. Aangezien het de zetel van de koningen van Munster was vanaf de 4de eeuw totdat de rots in de 12e eeuw werd geschonken aan de kerk. Na een lange dag vol historische monumenten, vallen we uitgeput in slaap terwijl we geparkeerd staan in de Galty Mountains of letterlijk vertaald ‘De bergen van het bos’.

 

Mitchelstown – Cork – Blarney | 62 km

Ons hoofddoel van de dag is Cork. Cork is de op één na grootste stad van Ierland, gelegen aan de zuidkust van het eiland. De stad is één van de grootste natuurlijke havens van de wereld. Hoog tijd om Cork te verkennen. We rijden richting centrum en vinden een parkeerplaats vlakbij de rivier Lee. We gaan de Lee over en via Saint-Patrick Street wandelen we naar de het toeristisch centrum beter bekend als Grand Parade. We bezoeken de overdekt Engelse markt boordevol met fruit en groenten. Daarna wandelen we door het stadspark en de felgekleurde Oliver Plunkett Street met zijn vlaggetjes en pittoreske zijstraatjes.

Na al die drukte van de stad, hebben we behoefte aan een beetje natuur. Een bezoek aan Blarney Castle is dan ook een openbaring. Het kasteel is slechts een deel van de ‘attractie’. Een prachtig natuurpark waarin je kan verdwalen omring het Blarney Castle. Het kasteel zelf bestaat uit een kerker, een labyrint, een ‘heksenkeuken’, wishing steps en zo veel meer. Je kan de treden van het kasteel beklimmen om helemaal bovenaan (ondersteboven hangend) de steen te kussen die je welbespraakt zal maken. Na deze vermoeiende dag besluiten we te overnachten in Blarney op de parkeerplaats vlakbij.

 
Blarney – Midleton – Cobh – Glengarriff – Kenmare | 185 km

Wanneer de drukte bij de toeristische hoogvlieger Blarney Castle begint, starten wij onze motorhome en gaan we op weg naar Midleton. Vandaag willen de echte Ierse Whiskey Jameson van dichtbij leren kennen. Om 10 u start de eerste rondleiding in the James distillery. Natuurlijk zijn wij van de partij. Tijdens een toer door de brouwerij leren we alle ins en outs kennen van deze heerlijke Ierse whiskey. Gelukkig staan er ook enkele proevertjes klaar. We slaan dan ook meteen een voorraad in zodat we thuis nog kunnen nagenieten.

In de namiddag staat Cobh op onze planning. In Cobh, het vroegere Queenstown bezoeken we het emigratiemuseum. Het Cobh Heritage centre gaat over de duizenden Ieren die uitweken naar Amerika of verbannen werden naar Australië. Je leert ook over het droevige lot van de Titanic en over oceaanstomer Lusitania. Een emotionele, pakkende toer. Het museum zelf is gehuisvest in een oud Victoriaans treinstation met zijn eigen geschiedenis.

Onze dag zit er weeral en op en met een mooie snelheid bollen we richting Kenmare. We zetten onze camper bij het haventje, links achter de Suspension bridge met zijn twee grote bogen. We genieten van de ondergaande zon over Kenmare Bay. Een prachtig einde voor een gevulde dag.


 

Kenmare – Killarney | 34 km

Vandaag verkennen we het gezelligste stadje van Ierland, Kenmare. De nummer 1 op onze lijst, Stone Circle, ligt op loopafstand, met iets verderop de Cromwell bridge. De Stone Circle is moeilijk te vinden voor sommige toeristen, dus ga best eerst even langs het toeristisch center. Eens je het gevonden hebt zal je merken dat de cirkel ei-vormig is. Mensen geloven dat de cirkels gebouwd werden voor rituelen en ceremonies. Er werd rekening gehouden met de stand van de zon en de maan. In het midden van de cirkel ligt een enorm rostblok ondersteund door enkele kleinere blokken. Hier zouden ze vroeger belangrijke graven mee markeren. Nadat we ons ogen de kost hebben gegeven, wandelen we verder naar de Cromwell bridge. Sommigen beweren dat deze brug onder leiding van Cromwell is gebouwd. Als we het schattige, bemoste boogje zien, betwijfelen we dit.

Na de middag rijden we via Moll’s Bridge naar Killarney. Het bruisende Killarney staat bekend om zijn warme gastvrijheid, traditionele Ierse pubs, leuke festivals en heerlijke eten. Dit alles staat in schril contrast met de prachtige, stille natuur die het stadje kenmerkt. Voor we Killarney binnenrijden zien we rechts de klaterende Torc Waterfalls en iets verder aan onze linkerkant de toegang tot Muckross House. We rijden de ruime parking op en bezoeken het nationale park met als hoogtepunt het manor house of vertaald, het landhuis. Het herenhuis is prachtig bemeubeld en decadent ingericht. We krijgen ook de kans om het openlucht museum te bezoeken met de typische boerderijen en de daarin uitgeoefende lokale beroepen van die tijd. Je kan jezelf verplaatsen tussen de huizen met een busje dat beschikbaar staat. Deze keer kiezen we voor een camping in plaats van een parkeerplaats. We bollen naar de westkant van Killarney en komen aan op camping Fossa.

 

De volgende dag staat de beroemdste autorit Ring of Kerry centraal. De beroemdste route van de county Kerry en misschien ook wel heel Ierland. Een must voor elke Ierlandbezoeker. De populaire rondrit duurt ongeveer 180 km. Ideaal om de pure natuur zoals de ruige eilanden, witte stranden en indrukwekkende bergpassen te verkennen. Op één dag tijd ontdek je de woeste kustlijnen, Victoriaanse landhuizen, gezellige dorpjes en lokale delicatessen. Om de vele autocars niet voor de wielen te rijden volgen we de rondrit in tegenwijzerzin. Op ons programma staan een aantal stops. Onder andere Killorglin, waar de jaarlijkse Puck Fair plaats vindt en beter bekend als één van de oudste festivals van Ierland. De fair viert de mannelijke geit ‘Puck’. Elke jaar gaan een groepje inwoners de bergen in om de geit te vangen. De geit wordt dan gekroond en het festival kan beginnen. Na 3 dagen wordt de geit terug losgelaten in het wild. Ook Cahersiveen met het monument van de monniken en de resten van het huis van de voorouders van Daniel O’Connell mogen we niet vergeten. Daarna volgt Waterville, de favoriete vakantiebestemming van Charlie Chaplin met zicht op de Skellig eilanden. We stoppen nog even om te genieten van het schitterende uitzicht op de Coomakista Pass. Ook Derrynane House waar O’Connell leefde vereren we met een bezoekje. We houden nog enkele fotostops bij Staigue Fort, het mooie dorpje Sneem, Moll’s Gap en Ladies View. Zoals je kan lezen, biedt de autorit verschillende, interessante stopplaatsen. Je kan op voorhand al je stopplaatsen een beetje uitstippelen of je laat je gewoon meevoeren door de schoonheid van de Ierse natuur.

Het schiereiland Dingle wordt de bestemming voor onze volgende dag. Via de R562 en de R561 rijden we naar Inch Beach. Het uitgestrekte strand is 5 km lang en perfect om te surfen of te pootjebaden. De volgende stop is Dingle met zijn kleurige huisjes en talrijke pubs omringd door de groene heuvels. Vanuit de baai van het stadje zie je de Blaskets islands liggen. Als we terugkomen van het nabij gelegen stadje Ballyferriter komen we langs een historische kapel van Ierland namelijk Gallarus Oratory. Na een korte pitstop, springen we terug in onze motorhome richting Fossa, Killarney.




Killarney – Doolin | 186 km

Ondertussen hebben we lang genoeg rondgehangen in Killarney en willen we nieuwe horizons verkennen. We rijden richting Tralee en via Castle island, het mooie Adare en Limerick tuffen we naar Ennis. In Ennistymon gaan we naar Lahinch, om zo bij de indrukwekkende Cliffs of Moher te komen. De Cliffs of Moher is één van de meest bezochte trekpleisters in Ierland. Met zijn indrukwekkende kliffen die wel 200 m boven de zeespiegel uitrijzen. Het zicht beneemt ons de adem. Je kan vanaf O’Brien’s Tower (uitkijktoren) bij goed weer tot de Araneilanden zien. Nadat we genoeg hebben rondgekeken rijden we via een smalle weg naar de haven in het kustplaatsje Doolin. Hier kan je zowel een vrije staanplaats voor campers als een echte camping terugvinden.

De volgende dag maken we een rondrit door het unieke landschap bijgenaam ‘the Burren’. Het karstlandschap bestaat volledig uit kalksteen. Opvallend genoeg is het rotsige landschap zeer vruchtbaar en kom je er verschillende biotopen en dieren tegen. Een deel van het landschap maakt deel uit van het nationaal park. We zorgen ervoor dat we de grootste dolmen (grafmomument), de ‘Poulnabrone’, zien. Na een heerlijke dag blazen we ’s avonds uit in de de pub van Gus O’Connor. We beleven er een gezellige avond met traditionele muziek.




 

Doolin – Galway – Westport | 210 km

De route voert ons langs Kylemore Abbey. We stoppen voor een bezoek aan dit fotogenieke landhuis en bekende kostschool/klooster. Het werd gebouwd in 1868 door politicus Mitchell Henry voor zijn vrouw. In 1920 werd het geschonken aan de Benedictinessen die uit België gevlucht zijn en er een abdij in onderbrachten. Het gebouw omringd door groen valt extra op omdat de rest van het landschap eerder verlaten lijkt. Als je wil brengt een shuttle busje je heen en weer naar de tuin. Degenen die honger hebben, kunnen er ook blijven lunchen. Zeker een bezoekje waard. Hierna rijden we verder naar het dorpje Leenane waar we halt houden bij Killary Harbour. We bezoeken daar de pub The Field waar de gelijknamige film zich afspeelt en drinken daar een lekker ‘pint’.

Nadat onze dorst gelest is rijden we verder via Delphi. Onderweg stoppen we even bij het monument voor de slachtoffers van de honger van ‘Doolough valley’. Een tragisch maar memorabel feit dat zich afspeelde tijdens de hongerjaren van 1845 tot 1850. De inwoners van het dorp moesten 15 mijl wandelen naar de landheren om wat voedsel te krijgen. Toen ze daar eindelijk aankwamen werden ze weggestuurd zonder eten. Door de slechte conditie waarin ze verkeerden en de weeromstandigheden stierven ze letterlijk op de terugweg. In totaal stierven meer dan één miljoen Ieren door de mislukte ‘patattenoogst’. Tel daarbij nog de verplichte emigraties naar andere landen en die Ierse bevolking was meer dan kwart van zijn volk kwijt. We houden nederig een minuut stilte …

Onze dag zit er bijna op en via Louisburgh rijden we naar Westport. We zoeken een overnachtingsplaats bij de haven in Westport. Er is ook een camping ‘Westporthouse’ beschikbaar.

De volgende morgen starten we met goede moed en fietsen we 10 kilometer naar de voet van de Croagh Patrick (genoemd naar Saint Patrick). De berg is wel 764 meter hoog. Blijkbaar zijn we niet de enige die de bergrit op het agenda hebben staan. Met vele sportievelingen en bedevaarders in ons kielzog, beklimmen we de heilige berg. Na 2,5u bereiken we eindelijk de top. Vooral het laatste stuk is steil en gevaarlijk. Maar we zijn er geraakt! Onze inspanning loont de moeite. Maar gelukkig gaat de afdaling gaat iets sneller. Iedere laatste zondag van juli (Reek Sunday) vindt hier een pelgrimstocht plaats waar bij ongeveer 25 000 pelgrims, blootsvoets, de tocht naar boven maken.


 

Westport – Achill Island – Dungloe | 300 km

We verlaten Westport en rijden 43 km naar Achill Island. Je kan via de Atlantic drive rijden maar wij zijn geïnteresseerd in het verlaten en tot ruïnes herleide dorpje Doogort. Tijdens de grote hongersnood besloten de inwoners om het dorp te verlaten. Je ziet de straten nog, de aardappelveldjes, of wat er van overblijft en de vervallen huizen. In Drumcliff stoppen we even bij het graf van de beroemde dichter ‘Yeats’. Uiteindelijk bereiken we onze camping in Dungloe via het wolweversdorp Ardara.

Vandaag nemen we de tijd om de meest noordelijke county Donegal te bezoeken. We rijden van Gweedore verder naar Errigal Mountain. De berg is wel 751 meter hoog. Niet alleen zit je midden in de bergen maar een groot deel is eigenlijk ook nog eens moeras. Beklimmen doen we hem niet maar alleen voor het uitzicht zou je er zeker heen moeten. De berg lijkt van verschillende kanten telkens een andere vorm te hebben. We kunnen het enkel omschrijven als beklijvend speciaal. Deze omgeving is zeker de moeite om te verkennen.

 

Dungloe – Glenveagh – Bushmills | 150 km

Vandaag staat het Glenveagh National Park van 10 000 ha op onze to-do list. Weeral overdonderd worden door al dat natuurschoon is de boodschap. We bezoeken Glenveagh Castle dat gebouwd werd rond 1870 en nog steeds origineel bemeubeld is. Het kasteel wordt romantisch ingesloten door de weelderige Victoriaanse tuinen. Dus na ons bezoek aan het kasteel willen we ook nog de ommuurde tuin zien.

60 km later komen we aan in Londenderry. We zetten onze camper naast de havengeul en lopen naar de oude omwalling waarop je kan wandelen terwijl je  een mooi uitzicht op de oude stad hebt. Het is in de vroege namiddag en we willen verder naar ons einddoel van vandaag: Bushmills. We parkeren aan Bush Caravan Park in Bushmills. Als je een goed gezinde parkwachter treft, kan je eventueel ook op de parking gaan staan bij Giant’s Causeway. In Bushmills is de gelijknamige bekende Ierse whiskey-stokerij gevestigd. De distilleerderij kreeg haar licentie in 1608 en is daarmee de oudste ter wereld. Terwijl de distilleerderij waarschijnlijk nog veel ouder is.

De volgende dag besteden we aan een verkenning van Giant’s Causeway. Deze rotsformatie bestaat uit zo’n 40 000 basalt-zuilen en staat zelfs op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De rotsen zouden een gevolg zijn van een vulkaanuitbarsting. Als je er bent, vraag dan zeker achter de legende van de Ierse reus. Na onze tocht, gaan we verder naar de Rope Bridge. Je kan hier gratis gratis parkeren en om daarna verder naar de Rope Bridge te wandelen. Als je ook over de hangbrug wil lopen moet je bij het begin van de wandeling een ticket kopen. Opgepast, niet voor tere zieltjes of mensen met hoogtevrees. De brug hangt over een zeer diepe kloof en is speciaal gemaakt voor de vissers. Duizelingwekkend!


 

Bushmills – Belfast | 95 km

Belfast is een must op onze route naar Dublin. Er is zoveel te doen in deze stad. Nadat we onze standplaats gevonden hebben namelijk camping Dundonald International Ice Bowl, nemen we de bus naar het centrum. We brengeneen bezoek aan het prachtige stadhuis en lopen daarna door naar één van de oudste pubs in Belfast, the Crown Bar. Het operagebouw is vlakbij. We wandelen langs de High Street en de Albert Memoria Clock om te eindigen bij de grote winkelstraat, de Royal Avenue. De stadsbus zet ons af bij Shankill en Falls Road waar we verschillende monumenten bezichtigen en we reuzegrote muurschilderingen zien die de verhoudingen tussen katholieken en protestanten heel illustratief uitbeelden. Hier kan je langer dan één dag verdwalen.

 

Belfast – Dublin | 160 km

Ook Dublin staat op ons lijstje. We bereiken onze eerste halte van de dag na 104 km. Monasterboice ligt langs de N1. We parkeren langs de weg en lopen de begraafplaats op. Er staan 3 hoogkruisen en een roundtower gedeeltelijk vernield door een blikseminslag. Plaatjes verklaren wat er te zien is. We rijden verder naar Mellifont Abbey. Dit was de eerste Cisterciënzer abdij van Ierland gesticht in 1142. Ze werd gebouwd door St.Malachy op aanwijzingen van St.-Bernardus van Clairvaux. We zetten onze ontdekkingstocht verder en na 10 km bereiken we de prehistorische en megalitische graven van Newgrange en Knowth. De graven gaan terug tot 3500 voor Chr. Het is er erg druk en vanaf de parkeerplaats is het even lopen tot bij het bezoekerscentrum waar een shuttlebusje ons tot bij de begraafplaats brengt. Een zeer interessant en leerrijk bezoek. Maar genoeg geschiedenis, nu naar onze camperplaats ten noordoost van Dublin: ‘Howth Head’. Je kan van hieruit makkelijk Dublin verkennen.

Met de Dart (een soort bovengrondse metro) sporen we naar Dublin. Na de rust van het Ierse platteland duiken we nu in de drukte van een hoofdstad. Wij bezoeken er Trinity College met het vermaarde Book of Kells. Daarna trekken we Grafton Street in en lopen voorbij het bekende standbeeld van Molly Malon’. Via St.-Stephen’s Green komen we aan het Nationaal museum (gratis) waar we even binnenwippen. We wandelen langs Dublin Castle en gaan St.Patricks Cathedral in. Hier is, naast vele andere bezienswaardigheden, het graf van Jonathan Swift.

We zijn een beetje moe en slenteren het oude Dublin in en eindigen bij Temple bar. Met een goed 'pint of Guinness’ genieten we van life music in de pub. Nadat we bekomen zijn, lopen we de Penny Bridge over en nemen de Dart terug naar onze camper. Als je liever op een camping staat is camping Camac Valley in Clondalkin ideaal gelegen.

 

Dublin – Powerscourt – Wicklowmountains – Wexford |190 km

Wij bleven nog een dagje langer in Dublin en bezoeken de de mooiste Ierse tuinen rijden Powerscourt. Na ons bezoek aan Powerscourt maken we een rondrit door de desolate Wicklow Mountains, doorkruisen we Sally Gap en via Glendalough (oud klooster) rijden we door de Wicklow Gap. Om dan in het wilde weg terug te rijden naar de start van onze reis: Wexford.

 

Wexford – Rosslare – inschepen naar Cherbourg |20 km

Onze reis is voorbij gevlogen. We hebben weer een helemaal ervaringen en bagage mee. We schepen om 15.30u in en vertrekken dus in Wexford om 13.30u. De volgende dag komen we aan in Cherbourg om 11 u. Nu verder op weg naar huis! Met het Ierse landschap op ons netvlies terwijl we dagdromen over ons volgend avontuur. 


 
 
 
 
 
 
Santiago de Compostella

Als moderne pelgrimvaarders volgen we met de motorhome het zonnetje naar het zwoele Spanje. Op weg naar het walhalla van de bedevaarders 'Santiago de Compostella' passeren we een Franse château waar Da Vinci zijn laatste dagen heeft gesleten en verschillende Spaanse dorpjes met diepgewortelde tradities. Om daarna onze pelgrimstocht te eindigen in het indrukwekkende Bilbao.

 

 

Geel – Montbazon | 640 km

We starten onze tocht naar het bedevaartsoord bij uitstek met enkele lange ritten. We willen zo snel mogelijk naar Spanje om ons te kunnen onderdompelen in de pelgrimssfeer. Via Lille, Compiègne en Orleans bereiken we Montbazon in Frankijk. Montbazon is een klein dorpje met enkele toeristische trekpleisters in de buurt. We bezoeken het kasteel van Amboise. Het château was jarenlange eigendom van de koningen van Frankrijk die het kasteel als buitenverblijf voor zichzelf of familieleden gebruikten. Van alle vorsten woonde Karel VIII met zijn gezin het langste in het kasteel. Koning Karel heeft het een en het ander verbouwd en had nog grote plannen voor zijn kasteel. Ironisch genoeg stierf hij nadat hij zijn hoofd had gestoten tegen een draagbalk die boven de kasteeldeur hing. Het kasteel heeft dan ook een kleurrijke geschiedenis maar beleefde zijn grootste bloeiperiode toen Frans I, Leonardo Da Vinci als gast uitnodigde. Da Vinci verbleef de drie laatste jaren van zijn leven in Clos Lucé, een verblijf dat via een onderaardse gang in verbinding stond met kasteel Ambiose. De grote kunstenaar, wetenschapper, geniale duizendpoot kwam hier aan zijn einde en stierf volgens de legende in de armen van Frans I. Zijn stoffelijke overschot ligt in de Chappelle Saint Hubert van het kasteel.

 
  
 

Montbazon – Saint-Jean-Pied-de-Port | 600 km

We beginnen opnieuw aan een stevige rit en bereiken rond 19u onze camperplaats. Na een stevige maaltijd kruipen we vroeg onder de wol. De volgende morgen stappen we naar Saint-Jean-Pied-de-Port. In deze plaats kruisen twee populaire langeafstandwandelroutes, waaronder de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella. We kijken toe hoe bedevaarders zich klaarmaken voor de volgende tocht. Het laat, eerlijk gezegd, toch wel een diepe indruk na. We besluiten dan ook een extra nacht te blijven om deze verzamelplaats van stappende en fietsende bedevaarders van nabij te verkennen. We maken kennis met Pelota (een balspel waarbij 2 spelers de bal één keer mogen laten botsen), we beklimmen de citadel waar je een prachtig zicht hebt over de hele streek en lopen door de Porte Saint-Jacques waardoor de pelgrims ieder jaar wandelen. Om onze dag af te sluiten bezoeken we de lokale kerk.

 
   
 

Saint-Jean-Pied-de-Port – Fuenmayor | 200 km

Via de pas van Roncevalles trekken we de Pyreneeën over. Duizenden pelgrims trekken jaarlijks deze pas over. Links en rechts van onze verharde autoweg zien we in ons ooghoek tientallen pelgrims klimmend langs een slingerende aardeweg. We vervolgen onze tocht en rijden door Pamplona. Het beeld van overvolle straatjes en volgepropte balkons bij de jaarlijkse stierenrennen, schiet ons te binnen. Maar we maken geen pitstop en rijden verder via Logrono tot in Fuenmayor. We herkennen nu overal de schelpvormige bewegwijzering naar Santiago. We stoppen bij het stadje Santo Domingo de la Calzada.

We parkeren onze camper buiten het centrum van de stad waar ook de autobussen halt houden. We bezoeken de kathedraal wanneer onze aandacht getrokken wordt door een kippenhok achteraan de kerk. Ongestoord scharrelen een witte kip en een witte haan rustig rond. De reden hiervoor is de legende die in het Spaanse dorpje de ronde doet. Een 18-jarige Duitse jongen ging met zijn ouders op pelgrimstocht naar Compostela. Tijdens zijn overnachting, probeerde een meisje hem te verleiden. De jongen wees haar af en uit wrok beschuldigde het meisje hem van diefstal. Hij werd veroordeeld en opgehangen. Zijn ouders waren in rouw en wilden het dorp verlaten. Toen ze vertrokken constateerden ze dat hun zoon levend aan de galg hing. Ze verwittigden de rechter die net aan tafel zat. De rechter zei ‘Ach, die jongen is net zo levend als deze gebraden kip’. De kip kwam tot leven. En de rechter gaf de jongen aan zijn ouders terug.

Nog even ronddolen door de nauwe straatjes en daarna stappen we rustig terug naar de camper. Nu we toch in de regio Rioja zijn, kunnen we niet anders dan enkele bodega’s bezoeken. We trekken meteen verder en kiezen voor een zeer interessante bodega in Briones: ‘Vivanco’. De verzorgde bodega en de prachtige tuinen zorgen voor een onwaarschijnlijk uitzicht. Om het bijhorende unieke museum rond het wijngebeuren te bezoeken, moet je toch een tweetal uurtjes uittrekken. De bodega werd geopend door koning Juan Carlos op 29 juni 2004.

 
 
Fuenmayor – Tordesillas | 260 km

Er is een parkeerplaats vlak naast rivier de Douro, letterlijk vertaald als ‘gouden rivier’. We maken even een ommetje via het historische Tordesillas. Zowel camping als parkeerplaats liggen op wandelafstand van de stad. Wanneer we de brug over de Douro oversteken, merken we aan de rotonde een prachtig gebeeldhouwde stier op. Het verhaal van de stier gaat over Johanna de Waanzinnige. Zij was de echtgenote van Filips de Schone van Boergondië. Het huwelijk van Filips De Schone en Johanna De Waanzinnige is gesloten in De Kempen in Lier, wat zorgde voor een verbintenis tussen de Nederlanden en Spanje. De koningin was ook de moeder van Karel V. Johanna werd geestesziek verklaard en opgesloten in het klooster ‘Real Convento de Santa Clara’, een honderdtal meters rechts over de brug. Hoe ‘ernstig’ haar waanzin is geweest, valt niet in te schatten. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat de machtsbewuste mannen in haar leven hier voordelen aan konden ondervinden. De legende gaat verder dat Johanna vanuit het klooster via een kleine raampje de stierengevechten probeerde mee te maken. Vandaar dat in Tordesillas de traditie ontstond om in het najaar een stier over de brug te jagen. Mannen proberen te stier te doden door hem met speren aan te vallen. Degene die de stier kan doden is koning van Tordesilla voor één dag. Door het barbaarse karakter ondervond het evenement veel weerstand en sinds 2016 is er een decreet uitgevaardigd dat het verbiedt om de stier te vermoorden. Uiteraard brengen we een bezoekje aan het klooster.

Na ons bezoek gaan we naar de linkerkant van de brug om het klein historisch museum ‘Casa del Tratado’ te bezoeken. Het museum bevindt zich in het gebouw van de toeristische dienst en vlakbij het standbeeld van Johanna de Waanzinnige. Op deze plaats werd in 1494 het Verdrag van Tordesillas gesloten tussen Spanje en Portugal. Met bemiddeling van paus Alexander VI over de verdeling van Zuid-Amerika kwam ze tot een overeenstemming. Alles ten westen van een bepaalde lijn behoorde toe aan Castilië en alles ten oosten daarvan aan Portugal. We beëindigen ons bezoek aan Tordesillas op een terras in de schaduw van de arcaden op het typische vierkante marktplein. Wijnliefhebbers kunnen nog 15 km verder rijden naar Rueda. Enkele flessen van deze bekende witte wijn, gemaakt van de verdejo-druif, kan je kopen in één van de vele lokale bodega’s.

 
 
 
Tordesillas – Astorga | 205 km

We volgen de pelgrimsroute naar Leon op de Avenida de los Peregrinos. Er zijn slechts een tiental plaatsen. De ons inmiddels welbekende schelp volgend komen we tot bij de basiliek van San Isidoro. Het is één van de belangrijkste Spaans – Romaanse bouwwerken. Naast deze prachtige basiliek is een bezoek aan het dichtbij gelegen pantheon een must. We genieten er van de gewelf- en wandschilderingen waardoor het de naam kreeg ‘Sixtijnse kapel van de Romaanse kunst’. Na ons bezoek wandelen we door de oude stad en nemen de tijd om de zetel van de Caja Espana (Spaanse bank) te aanschouwen. Het Casa Botines is één van de 3 bouwwerken van Gaudi dat gelegen is buiten Barcelona. Na ons dagje sightseeing rijden we verder naar Astorga, 55 km verderop.

 
 
Astorga – El Bierzo | 75 km

In Astorga brengen we een bezoek aan de kathedraal en het bisschoppelijk paleis, ook één van de ontwerpen van Gaudi buiten Barcelona gelegen. We gaan binnen en geven onze ogen de kost in dit art-nouveau gebouw. Op de Plaza Mayor ontdekken we het barokke stadhuis waar 2 bronzen ‘Maragatos’ op de klok slaan. Het volk zouden afstammelingen zijn van de Berbers en Visigoten.

We lunchen bij onze camper in de heerlijke namiddagzon. Daarna klimmen we tot hoogste punt op de Caminos de Santiago. Waar vroeger, in het dorpje Foncebadon, een klooster met hospitaal stond. Nu staat er nog een kapelletje en het Cruz de Ferro of het Cruz de Hierro. Het ijzeren kruis en een berg stenen laten ons halt houden. Het steentje, een ordinaire kei, dat we uit Geel meenamen, leggen we bij de overige stenen. Het is een traditie dat de pelgrims hier een steen(tje) achterlaten om zo van alle zorgen en lasten, die ze meedragen op hun tocht, verlost te zijn. Nadat we onze zorgen hebben achtergelaten rijden we langs Ponferrada naar El Bierzo.

Langs nauwe straatjes die juist breed genoeg zijn voor onze camper rijden we naar de camping van Rafael Martinez. Hij is de eigenaar van de camping maar bovendien de auteur van het boek ‘El Bierzo Fantastico’ waarin hij de geschiedenis van El Bierzo en de oude Romeinse goudmijnen beschrijft. De perfecte lokale gids, dat is duidelijk. Onze eerst kennismaking eindigt met een verschroeiende Orujo Blanco, de Spaanse Mar of Grappa die een branderig gevoel in onze keel nalaat. De volgende morgen trekken we op aanraden van Martinez met de camper naar de goudmijnen van Las Medulas. We rijden 15 km door een heerlijk landschap. Dat we Galicië zijn, is te merken aan de vele plaatsnaamborden waarop het Spaans is doorgehaald met daaronder de Galicische vertalingen. We zijn dan ook onderweg naar de hoofdstad van Galicië, Santiago de Compostella. Dictator Franco die jarenlang regeerde over Spanje was zelf een Gallego die opgroeide in Ferrol maar desondanks verbood hij de Gallische taal.

 
 
El Bierzo – Milladoiro |233 km of El Bierzo – Paxarinas | 280 km

We rijden naar de campingplaats in Milladoiro. Op 15 minuten zijn we met het openbaar vervoer in Santiago. We kunnen niet wachten om het hoogtepunt van onze reis te verkennen. ’s Morgens vroeg vertrekken we dan ook met de bus naar Santiago. We volgen de schelpvormige wegwijzers naar de kathedraal. Op het plein voor de kathedraal staan geen kraampjes of kermis, enkel oude gebouwen. Uit ons ooghoek zien we een ontroerend tafereel. Een groepje uitgeputte, fietsende pelgrims vallen elkaar in de armen. Enkele pelgrims die het traject te voet aflegden, leunen tegen elkaar op de trappen van de kathedraal. Een gevoel van samenhorigheid overheerst hier.

We gaan samen met honderden pelgrims naar de middagmis. We leggen onze hand op een afbeelding van Jacobus met zijn pelgrimsstaf. De afdruk van een hand is duidelijk zichtbaar. Duizenden pelgrims deden dit ons voor. Het is ook geen toeval dat Jacobus hierop staat afgebeeld. Jabocus staat centraal tijdens deze tocht. De pelgrimsroute of anders gezegd de Sint jacobsroute (Camino de Santiago) leidt naar het graf van de apostel Jakobus.

Op het einde van de dienst laten de kerkdienaars het grote wierookvat met een angstaanjagende snelheid over onze hoofden slingeren. Opgelucht dat we niet geraakt zijn, wandelen we na de viering terug naar naar de Plaza del Obradorio. We laten onze blikken dwalen over het Hostal dos Reyes Catolicos, vroeger een indrukwekkend ziekenhuis en nu een parador (herberg). We komen voorbij het stadhuis en het college San Jeronimo. We verdwalen verder in de straten van Santiago de Compostella. In de uitstalramen valt ons de ‘tetilla-kaas’ op. Dat de kaas in de vorm van een borst is gesculpteerd, heeft daar waarschijnlijk niets mee te maken. Zoals je misschien kan raden betekent ‘Tetilla’ ‘tepeltje’. Ondertussen hebben we van al dat kijken honger gekregen en is het tijd voor een lunch. We bestellen de typische koude Spaanse soep gazpacho en als hoofdgerecht bestellen we een gerecht met haantje ‘Capones de Villalba’. Als dessert sluiten we af met een heerlijke lokale amandeltaart ’Tarta de Santiago’.

 
 
Milladoiro – Barreiros | 185 km

We rijden nog even verder langs de westelijke kustweg maar beslissen daarna om richting huiswaarts te rijden. Door het raam siert de azuurblauwe zee en groen begroeide rotsachtige landschap het uitzicht. Aangekomen in Barreiros overnachten we op camping Gaivota, perfect gelegen aan zee. Ideaal dus om nog te genieten van de zilte zeelucht nu het nog kan.

Barreiros – Cudillero | 104 km

We trekken richting Cudillero. Het pittoreske havenstadje met zijn kleurrijke gevels nodigt meteen uit voor een gezellig terrasje en een verkennende wandeling. We houden halt voor een indrukwekkend In het 19de eeuwse Quintas de Selgas. In het paleis dat ontpopt is tot een museum, zijn verschillende werken te vinden van middeleeuwse kunstenaars, waaronder een aantal werken van Goya maar ook onze eigen Rubens en meesters El Greco en Luca Giordano. Het topstuk van de collectie is ongetwijfeld het schilderij van Hannibal de veroveraar. Die Italië voor het eerst ziet vanaf de Alpen van Goya. (Bel wel altijd even van tevoren aangezien de openingstijden niet erg constant zijn. Anders kan het wel eens zijn dat je tijdens een Spaanse siësta voor de deur staat.) Zeker ook niet te missen is het Plaza Marina. Een groot deel van het dorp is op de heuvel rond dit plein gebouwd. Hier vind je zowat alle bars en restaurants. In Cudillero zelf is niet echt een strand te vinden, daarvoor moet je naar één van de omliggende dorpjes gaan. Een mooi strand in de buurt van het dorp is bv. Playa de Aguiler.

 
 
Cudillero – Avin | 150 km

We overnachten op camping ‘Picos de Europa’ in Avin. De weg naar camping was wel erg smal op sommige plaatsen en er rijden nogal wat autobussen op en af. Hier heb je toch enige ervaring en wendbaarheid nodig. We rijden naar Fuente Dé, een plaats die aan de voet ligt van het centrale massief van de Picos de Europa (waar onze camping naar genoemd is) en massief Urrieles. We parkeren beneden en nemen de kabellift ‘El Cable’ naar boven. De kabelbaan gaat stijl naar boven en brengt ons naar het 750 m hoger gelegen punt ‘Mirardor El Cable’. Boven aangekomen hebben we een prachtig panoramisch zicht over de hele vallei.

 
 
Avin – Bilbao | 207 km

Onze laatste stop is camping Arrien in Gorliz. Het metrostation naar Bilbao ligt op 2 km van de camping. Na een stevig ontbijt beginnen we aan onze daguitstap naar Bilbao. De mix tussen traditionele en hypermoderne gebouwen vormt een sterk contrast, maar op de één of andere manier werkt het. Het wekt onze interesse op en vormt een mooi geheel. Natuurlijk kunnen we niet anders dan het Guggenheim museum te bezoeken in Bilboa. Zoals het gebouw al verklapt is het museum één van de belangrijkste museums voor moderne kunst in de wereld. Het gebouw is bedekt met titanium platen die ervoor moeten zorgen dat het gebouw honderd jaar kan schitteren. Naast het Guggenheim ligt een prachtige, witte voetgangersbrug genaamd ‘Zubizuri’ of ‘Puente del Campo Volantin’, getekend door Calatrava. De brug is getekend door dezelfde Spaanse architect die in Luik het nieuwe spoorwegstation heeft ontworpen. Een mooie afsluiter van een fantastische reis dus. Geel ligt nu ongeveer nog 1300 km van ons verwijderd. Tijd om stilletjes aan huiswaarts te keren …

 

 
 
 
 
 
 

Elzas & de Vogezen

De lente is in het land, een uitgelezen moment om de Elzas en de Vogezen te verkennen. Een prachtig gebied in het noordoosten van Frankrijk. Onderweg naar onze eindbestemming maken we nog enkele leuke tussenstops.

 
 

Geel – Trier | 260 km

Na een korte rit komen we aan in Trier. Het is vroeg lente en we hopen dan ook te genieten van een stralend lentezonnetje. We komen in de namiddag aan op camping Treviris. De camping bevindt zich dichtbij het centrum en de Moezelbrug. Perfect gesitueerd om Trier te verkennen dus. We besluiten dan ook om onmiddellijk het stadje te verkennen.

Wat meteen opvalt is de rijke Romeinse aanwezigheid die je nog steeds voelt. De Romeinen lieten ons hier dan ook heel wat na. De Romeinse overblijfselen zorgden er mede voor dat UNESCO Trier op de Werelderfgoedlijst heeft opgenomen. De Porta Nigra, beter bekend als de ‘zwarte poort’, is ongetwijfeld het bekendste monument. De poort was bestemd voor militaire doeleinden en is zeker een bezoekje waard. Vlak naast de Porta Nigra bevindt zich het stadmuseum Simeonstift. Een voormalig kloostergebouw dat rondom het bronplein ligt. Twee aanraders op slechts wandelafstand van elkaar. Hierna is het tijd om gezellig af te sluiten met een hapje en een drankje. De sfeervolle restaurantjes, terrasjes en winkels maken van Trier een bruisend stadje.

De volgende dag gaan we vroeg op pad. We nemen het openbaar vervoer en bestellen een kopje koffie op de Hauptmarkt. De Grote Markt is één van de mooiste stadspleinen van de Eifel en zelfs van Duitsland. Perfect om onze dag te beginnen! We verkennen de Dom, beter bekend als de kathedraal van Trier en de oudste bisschopskerk van Duitsland. Naast de Dom is de Liebfraenkirche gelegen. Naar beide gebouwen wordt gerefereerd als de ‘Dubbelkerk’. De Liebfrauenkirche is een gotische kerk terwijl de Dom over Romaanse elementen beschikt maar gebukt gaat onder overdadige barok. Een aanrader is het Dom- en Diözesanmuseum waar je een schitterende plafondschildering afkomstig uit het paleis van Constantijn De Grote kunt bewonderen. 

We sluiten de dag af met een bezoek aan de Kaiserthermen. De oude Romeinse badhuizen werden vroeger ook gebruikt om te sporten en voor massages. Spijtig genoeg is de bouw nooit voltooid omdat Keizer Constantijn II Trier vroegtijdig verliet. Zijn opvolger liet de baden verwijderen en maakte er een ontvangsthal van. Tot op de dag van vandaag kan je de Romeinse restanten nog gaan bezichtigen.

 
 
  
 

Trier – Mettlach | 40 km 

Wat vooral opvalt is de prachtige natuur waar de porseleinstad ook om bekend staat. Je kan hier dan ook een prachtige wandeling maken naar de imposante burcht Montclaire. Met kinderen erbij duurt de wandeltocht ongeveer 1,5 uur. Parkeren kunt u aan de B51, parkplatz St. Gandolf. Vanaf hier start de ontspannende wandeling.

Na deze tussenstop gaat onze tocht verder richting Lembach. Na 2 uur rijden bereiken we Lembach, gelegen in het hart van het Regionaal Natuurpark van de Noordelijke Vogezen. Lembach ligt in de Sauer-vallei, aan de samenvloeiing van twee rivieren: de Sauer en Heimbach. In de late namiddag nemen we deel aan een begeleide wandeling. We bezoeken de verdedigingslinie ‘Le Four à Chaux’, genoemd naar een kalkoven die vlakbij lag. Deze versterkte bouwwerken maken deel uit van de Maginotlinie die werd gebouwd in de jaren 1930. In totaal telt de Maginotlinie uit 58 verdedigingswerken. Le Four à chaux bestaat uit een onderaards gangenstelstel waar men tot 3 maanden in kon overleven. Maar we zien er ook uitschuifbare artillerietorens, een wapenmagazijn, een doktersblok,... Een indrukwekkend bouwwerk! Na onze toer rijden we ’s avonds nog een uurtje naar Straatsburg waar we ook overnachten.

We strijken neer bij camperplaats Porte de Schirmeck. We maken een ommetje langs Mettlach, de thuisbasis van porseleingigant Villeroy & Boch. Het lijkt wel of Mettlach één en al porseleinfabriek is. De fabriek van de beroemde keramiekproducten zelf kan je niet bezoeken, wel het prachtige keramiekmuseum in het Slot Ziegelberg. In één van de vele winkeltjes kunnen we nog enkele nieuwe Villeroy & Boch borden voor een prijsje op de kop tikken. De moeite waard dus!

 
   
   
Trier – Straatsburg |250 km

Straatsburg is de hoofdstad van de Elzas en zeker een stad dat op je lijstje moet staan. De stad wordt doorkruist door rivier de Rijn. Samen met Brussel is het de zetel van het Europees parlement. Maar dat is niet het enige waarvoor Straatsburg bekend voor staat. Wanneer we aankomen vallen meteen de vakwerkhuizen op die allemaal in dezelfde stijl gebouwd zijn. Het is een bruisende universiteitsstad dat toch een pittoreske indruk geeft.

In het stadscentrum genieten we van de kathedraal en het historische Maison Kammerzell dat nu een restaurant is waar je kan gaan dineren. We nemen een kijkje in de Duitse wijk met zijn grote boulevards en gebouwen in Haussmannstijl. Daarn gaan we met het openbaar vervoer richting Orangerie waar we de moderne gebouwen van de Europese instellingen bewonderen. We kunnen helaas niet binnen om een zitting bij te wonen. Dit kan je best op voorhand aanvragen. ’s Avonds maken we het gezellig en trekken we de bedrijvige wijk Krutenau in. Hier leeft Straatsburg volop met zijn bars en heerlijke restaurantjes.

 
   
 
 Straatsburg – Ribeauvillé | 80 km

We zetten vervolgens onze reis verder en volgen de ‘Route des vins’. De ‘Route des vins’ is 180 km lang maar op een korte afstand heb je al veel hoogtepunten om te bezoeken. De route is heel duidelijk aangegeven, overal kan je even stoppen voor een glaasje, een degustatie of een maaltijd. We volgen de route en houden even halt in het schilderachtige dorpje Obernai. De prachtige marktplaats met vakwerkhuizen en de oude omwalling, waarover je kan lopen, zorgen voor een prachtig uitzicht.

Nog voor de middag rijden we naar boven want we willen het bedevaartsoord van Saint-Odile zien. Een steile klim brengt ons op 763 m hoogte. We hebben geluk en kunnen er zonder al te veel problemen parkeren. We bezoeken de kloosterkerk met een prachtige kruisweg van Charles Spindler. Het bedevaartoord bestaat uit verschillende kapellen. Maar het is de kapel van St.-Odile dat voor de meeste mensen het einddoel is. Alle bedevaarders eindigen hun tocht bij de beschermheilige van de Elzas ‘Sainte Odile’.

Hierna rijden we verder richting Ribeauvillé langs glooiende hellingen en kronkelende wegen tussen de wijngaarden. Het stadje is een pareltje op de Elzas-Vogezen ‘Route des vins’. Na onze rit is het dan ook tijd om te genieten van de typische romantische straatjes en vakwerkhuizen. Daarna vleien we ons neer op een terrasje met een heerlijk glaasje. In Ribeauvillé overnachten we op camping Municipale Pierre de Coubertin.

 
   
 
 Ribeauvillé – Eguisheim | 23 km

We vertrekken op pad richting Riquewihr. Door de nauwe geplaveide straatjes, versterkte stadsmuren en pittoreske huisjes lijkt het alsof we in een sprookjeswereld zijn beland. Gebouwen uit de 13de tot 17de eeuw, een stadspoort met een valhek, verschillende kapellen en musea, vind je allemaal terug in Riquewihr. Na een bezoek aan deze middeleeuwse wijnstad verkennen we de wijnroute van de ‘Grand Crus’. Letterlijk betekent deze term ‘grote oogst’, ‘groot’ slaat daarbij op de kwaliteit. Het begrip is zelfs in de Franse wetgeving vastgelegd en wettelijk beschermd. In Bourgogne en de Elzas is 'grand cru' de term voor een uitstekende wijngaard met Appellation d’Origine Contrôlée (Franse kwaliteitscontrole op landbouwproducten).

Na de 2 uur durende route trekken we verder naar Kientzheim. In het kasteel van Kientzheim zetelt de ‘Confrérie Saint-Etienne’. Deze organisatie waakt over de kwaliteit van de wijnen van de Elzas en kent de labels toe. In het Musée du Vignoble et des Vins d’Alsace bezoeken we de uitgebreide en mooie vinotheek. We proeven er ook de uitmuntende ‘premier grand cru Schlossberg’. We bezoeken verschillende dorpjes op onze route om uiteindelijk halt te houden in Eguisheim. Eguisheim is geheel omringd door wijngaarden en daar worden de twee beste wijnen van de Elzas verbouwd; de Eichberg en Pfersigberg. Perfect om onze dag af te sluiten, gelukzalig al slurpend van een glas lokale wijn. 

 
   
 
 Eguisheim – Thann | 50 km

We kiezen camping des Trois Châteaux uit. De camping is vlakbij het centrum, de wijnboeren en op 50 meter afstand van het ooievaarspark. We willen deze dag besteden aan het verkennen van Eguisheim en omgeving. Eguisheim is samen met Riquewihr wellicht het beste bewaarde middeleeuwse dorp in de Elzas.

Het middeleeuwse dorpje staat niet alleen bekend om zijn wijnen maar ook voor zijn bloemenpracht. Eguisheim is in cirkels gebouwd rondom een kasteel uit de dertiende eeuw. Van de burcht is alleen de kapel midden in het dorp nog over. Jaarlijks komen meer dan 600 000 toeristen dit kasteel bezoeken. Oorspronkelijk was het een burcht die handelswegen bewaakte die gebruikt werden voor het transport van graan, zilver en zout. Het kasteel werd verwoest door de Zweden tijdens de 30-jarige oorlog. Keizer Wilhelm II gaf de opdracht om het kasteel herop te bouwen. Een imposant bouwwerk waar je zeker eens langs moet gaan. 

Als je door het dorp wandelt, waan je jezelf in tekeningen van kunstenaar Anton Pieck. Oude vakwerkhuizen, balkons, erkerramen, scheefgezakte puntgevels, het is een ontroerende belevenis. Via het Syndicat d’Initiative boeken we een rondleiding langs de wijnroute inclusief proeverij. Leerrijk! In de late namiddag rijden we door naar Thann. Thann is het eindpunt van de ‘Route du Vin’. We springen even binnen in de immense kathedraal van het stadje en slenteren daarna nog even rond. Na enkele glaasjes Riesling zoeken we onze camper op.

 
   
 
 Thann – Colmar – Geel | 580 km

De volgende dag rijden we verder tot Comar. We parkeren in de Rue de la Cavalerie, op loopafstand van het centrum. Colmar is de hoofdstad van de Elzas-wijn. Wij genieten van de mooie schilderachtige oude wijken, kleurige huisjes, fleurige bloembedden en gezellige kanaaltjes. Als laatste staan het Musée d’Unterlinden en Maison des Vins op het programma. Colmar was de laatste stop op onze planning. Een leuke afsluiter. Na een deugddoende vakantie keren we op het einde van de dag stilletjes terug naar huis. Met onze gedachten nog steeds bij ‘la douce France’.

 
 
 
 
 



IP-adres IP-nummer Country
IdIP_FROMIP_TOCountry_Code2Country_Code3Country_Name
6013920649728921698303USUSAUnited States